
Bij een drukpers met een snelheid van 200 m/min is stabiliteit van de UV-uitstoot niet zomaar een prettig extraatje – het is essentieel voor de werking van de pers. Als de maximale stralingssnelheid verandert, kunnen er inkten op het oppervlak achterblijven die oplosmiddelen bevatten, of kan de reactie van de fotoinitiator verstoord raken. Galliumjodidelampen lossen dit probleem op door een spectraal patroon te gebruiken dat is aangepast aan de absorptie van fotoinitiators in moderne offset-, flexo- en schermprintinkten. Hierdoor blijft de energiedichtheid consequent over de hele breedte van het product.
Het belangrijkste aspect is hierbij de controle over de golflengte. Galliumjodidelampen zorgen ervoor dat de dominante uitstraling zich rond de 400–420 nm bevindt, met een sterke piek rond de 365 nm. Dit past goed bij Type II- en amine-synergetische fotoinitiators: deze werken effectiever en sneller onder langgolvige UV-straling, terwijl er nog steeds voldoende kortgolfgolven beschikbaar zijn om het oppervlak goed te kunnen drogen. In combinatie met een dichroïsch reflector en nauwkeurige controle van de booglengte, wordt er een hoge maximale stralingssnelheid bereikt, zodat het kruislinkproces in microseconden kan plaatsvinden.
Er wordt dus een stabiele uitstoot behouden, zelfs bij een snelheid van 200 m/min. De temperatuur van de lampen wordt ook goed gecontroleerd, zodat er geen daling van de vermogensuitstoot of afwijkingen in het spectraal profiel optreden.
Dit is belangrijk bij hoge snelheden: de tijd die nodig is voor het drogen van het product is beperkt. Galliumjodidelampen zorgen ervoor dat de hoeveelheid straling per oppervlakte-eenheid constant blijft, zodat de kwaliteit van het drogende product niet afhankelijk is van de snelheid van de pers. Bij offsetprinten helpt de 405 nm-golflengte om de hitteontwikkeling op dunne ondergronden te verminderen, terwijl de inkten toch goed kunnen drogen. Bij flexo- en schermprinten zorgt het mengsel van golflengten van 365–405 nm ervoor dat de pigmentlagen goed kunnen drogen, zonder dat het oppervlak te veel wordt beschadigd. Omdat het spectraal profiel goed is afgestemd, wordt minder energie verspild aan infrarood- en breedbandsignalen.
Een paar praktische punten: de keuze voor de lamp hangt af van de architectuur van de drukpers. Bij offsetpersen met droging tussen de verschillende stations zijn compacte lampen en een precieze reflectorgeometrie nodig. Bij flexo- en schermprinters is vaak een bredere, meer uniforme straal vereist. Controleer eerst de coating van de reflector, de integratie van de shutters en de compatibiliteit met de stroomvoorziening.
Galliumjodidelampen worden erg heet tijdens het gebruik, dus zorg ervoor dat de koelingsluchtstroom constant is. Anders kan de uitstoot afwijken. Gebruik quarts dat vrij is van ozon, en controleer de waarden van het spectralmeter op het productoppervlak, en niet op de lamp zelf.